Schrijfster Connie Palmen: ‘Mijn werk is een manier van leven’

Haar debuutroman ‘De Wetten’ was European Novel of the Year 1992, winnaar van het Gouden Ezelsoor voor het bestverkochte literaire debuut,  werd genomineerd voor de International Impac Dublin Literary Award en in 25 landen vertaald. Onlangs is haar laatste roman ‘Logboek van een onbarmhartig jaar’ (2011) vertaald in het Duits en rondde ze een tournee door  Duitsland af. Schrijfster Connie Palmen (1955) groeide samen met drie broers op in St. Odiliënberg, een dorp bij Roermond. “Het was een landelijke omgeving, met bossen, korenvelden, weilanden en een rivier”, weet Palmen, die in 1978 naar Amsterdam verhuisde.  “Voor de schoonheid ervan kreeg ik pas oog toen ik er niet meer woonde, maar ik genoot ervan om buiten te zijn.”

Het idee om Palmen te interviewen ontstaat  op 9 september 2012 tijdens het literaire evenement ‘Schrijf, schrijver, schrijfst’, in de ECI Cultuurfabriek in Roermond; een warme zomerse dag en arm in arm met haar moeder komt Palmen de zaal binnen. Ze is één van de schrijvers die door Leon Verdonschot worden geïnterviewd. Open en eerlijk beantwoordt ze de vragen die haar hij haar stelt, vooral over het verdriet na het overlijden van haar echtgenoot oud-minister Hans van Mierlo, op dat moment ruim twee jaar geleden. Haar smalle in te ruime bruine laarzen gestoken benen over elkaar geslagen; haar kleine lichaam verdwijnt welhaast in het pluche van de paarse bank.

Na het optreden signeert de schrijfster haar boeken. Of ze in is voor een interview? “Probeer het volgend jaar nog eens”, is het antwoord.  Inmiddels beantwoordde ze de vragen die haar werden gemaild. Niet alle, want dat zou te veel tijd kosten, mailt Palmen terug. Het bevestigt het beeld van de schrijfster, een vrouw die weet wat ze wil en vooral wat ze niet wil. Moeilijk te benaderen, zo lijkt het, maar als je haar hart hebt laat ze je niet meer los. En twee keer moest ze laten gaan, op een van de meest dramatische manieren die een mens kan overkomen: de dood.

Logboek                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   In 1995 overlijdt haar toenmalige echtgenoot en journalist Ischa Meijer. Bijna vier jaar na de plotselinge dood van Meijer ontmoet ze de voormalige minister van Buitenlandse Zaken Hans van Mierlo met wie ze na elf jaar en elf dagen, op 11.11.2009, in het huwelijk treedt. Op 11 maart 2010, na een ziekbed van zes weken, overlijdt van Mierlo op de intensive-careafdeling van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam.

Haar laatste roman ‘Logboek van een onbarmhartig jaar’ is het aangrijpende verslag van de hunkering naar een verdwenen lichaam, van zelfverlies, woede en van de liefdevolle herinneringen aan een prachtige man, zo beschrijft uitgeverij Prometheus het boek.

 ‘De schaamte als ik over straat ga, zuchtend, blazend, kreunend. Zonder hem kan ik nauwelijks lopen. Als ik word gadegeslagen weet ik dat anderen vooral iemand niet zien. Ik ben iemand niet. Ik ben bespottelijk alleen. Sommige mensen slaan een hand voor hun mond als ze me ontwaren.’

Een passage uit het boek, waaraan Palmen 48 dagen na het overlijden van van Mierlo begint te schrijven. Ze maakt aantekeningen, een logboek van het rouwproces en ze weet bij voorbaat dat ze na zijn overlijden alle woorden en zinnen nog eens moet doorspitten, schrappen daar waar nodig, maar ook de pijn en het verdriet weer opnieuw moet beleven en voelen. “Het was een zelfkwelling”, weet de schrijfster. Toch ging ze door. In tegenstelling tot het boek I.M. dat Connie Palmen drie jaar naar het overlijden van Ischa Meijer schreef, ligt ‘Logboek van een onbarmhartig jaar’ al in november 2011 in de winkels. “In het logboek beschrijf ik een omslag van het noodzakelijke registreren, naar het bewerken en uiteindelijk literair vormgeven van het werk. Het is ook de omslag, waardoor het schrijven van het logboek me steeds meer ging bevallen en me tenslotte bracht wat schrijven me altijd brengt, namelijk het geluk van het maken.”

“De lezers reageren massaal en vaak ontroerend”, vertelt Palmen. “Hetzij door het medeleven dat er in de brieven geuit werd, hetzij door de dankbaarheid van lezers die een van de verschrikkelijkste ervaringen uit hun leven beschreven zagen.”

In Nederland haalt het boek de top 10 van meest gelezen boeken, maar een doorslaand succes wordt het niet. Palmen:  “Het logboek is een overweldigend succes in Duitsland. Dat is het prettige aan vertalingen, dat een boek in een ander land een tweede kans krijgt.”

Verslavingskliniek                                                                                                                                                                                                                                                                                              De jaren die achter haar liggen waren doordrenkt van verdriet. Onlangs schreef NRC Handelsblad dat Palmen zich twee maanden geleden meldde bij een verslavingskliniek. De schrijfster gaf toe na de dood van van Mierlo meer te drinken dan ooit en vrienden en familie van zich te vervreemden. “Na een paar dieptepunten kon ik het niet meer negeren,” zegt Palmen in het artikel.  “Dat is de reden dat ik besloot te stoppen. Het móést.”

Nu, ruim twee maanden later zegt Palmen dat het goed met haar gaat. “Ik heb liefdevolle vrienden, een groot huis waar ze graag komen eten, drinken en logeren. En ik heb natuurlijk mijn werk, dat ik niet als werk ervaar, maar als een manier van leven.”

Dat er veel kritiek is, op Palmen als schrijfster en als mens, ze reageert er ogenschijnlijk laconiek op: “Het is het logische en te verwachten resultaat van een leven dat zich voor een deel in de openbaarheid afspeelt en ik ben er erg onverschillig onder.”
                                                                                                                                                                                                                                                        Jeugd                                                                                                                                                                                                                                                                                                                       Door de jaren heen schreef Connie Palmen romans, essays en beschouwingen , ontving ze prijzen en zette handtekeningen. Van het lezen en studeren voor en het nadenken over een boek en dan van het schrijven ervan wordt de schrijfster het meest gelukkig, geeft ze aan. Deze zomer begint ze aan een nieuw boek met de titel ‘Judas’, een nieuwe roman, waarin Palmen het genre van de biografie en het verband tussen verraad en openbaring onderzoekt. Of Limburg nog een rol speelt in haar werk? “Limburg niet,  maar eerder mijn jeugd. Het hoe en waarom je de persoonlijkheid vormde waarmee je je door het leven slaat.”

Limburg Plus juni 2013



Reacties zijn gesloten.