Gien Visser: ‘Terschuren, een kern met pit!’

Een klein smal straatje tussen Hoensbroek en Nuth; sommige huizen wat vervallen, het toilet nog als apart huisje in de tuin. Een andere voorzien van alle luxe, met een enorme poort die nieuwsgierige pottenkijkers op afstand moet houden, omdat de eigenaar van de villa het een en ander op zijn kerfstok heeft. Zo herinner ik me de Terschurenweg, waar ik in 1964 op nummer 53 werd geboren. Een huis waarvan, zo lees ik op internet, in 1880 de eerste stenen werden gelegd en waar in datzelfde huis nog geen elektriciteit was, toen mijn ouders erin trokken. Ook was er geen gas, gebruikten we kolen en later olie om te stoken.

Ik herinner me spannende wandelingen in het bos achter ons huis, water in de gang en slaapkamers als het weer eens hard had geregend en de putten het regenwater niet meer konden slikken, fietstochten naar school, langs een stille weg die voerde langs café Tabak waar de ganzen als waakhonden hun terrein verdedigden. Ik herinner me dronkaards die uit datzelfde café kwamen en niet goed meer konden inschatten hoe smal onze straat was en die hun auto tegen ons huis parkeerden. Ik herinner me het spelen met mijn Nederlandse en Italiaanse vriendjes en vriendinnetjes, de wei met schapen en koeien voor ons huis, waarvan ik op school vertelde dat die van ons was, verstoppertje spelen in het koren, zwemmen in het zwembad van familie Mrosek , eieren kopen bij oma Stanish, een oude Poolse dame, altijd gekleed in zwarte jurken, hoofddoek om het hoofd en met een enorme schuur achter het huis waar we wel eens in het hooi mochten spelen.
Tien jaar woonden we in de Terschurenweg, of Terschuren in de volksmond, maar het waren jaren die om verschillende redenen indruk hebben gemaakt op mijn ouders en mij.

Inmiddels is er in het straatje geen enkele woning meer te vinden met het toilet in de tuin. De huizen zijn stuk voor stuk gerenoveerd, opgeknapt en in het bezit van mensen die genieten van het stukje rust en natuur in de nabijheid van Heerlen en Nuth.
Wateroverlast was er wel nog heel lang”, herinnert Gien Visser (1929) zich. Tante Gien voor mij, ze was de moeder van mijn vriendinnetje in de tijd dat wij er woonden. “Maar ook de Geleenbeek veroorzaakte nogal wat overlast. Zeker toen eind jaren tachtig en begin jaren negentig een deel van de beek is opgeknapt en gekanaliseerd. Zo’n dertien rioleringen mondde uit boven de beek, het afval stroomde meteen weg. Na de aanpassingen bleef het afval op een stenen rand liggen, met alle overlast van dien. Zeker als het een tijd niet geregend had. Klaas, mijn man, heeft toentertijd nog met een foto in de krant gestaan. Zelf mocht ik ook eens in het dagblad verschijnen. We protesteerden toen tegen de sloop van het bruggetje over de beek.”

Gien Visser woont al geruime tijd aan de Terschurenweg. Ze zag bewoners komen en gaan. Enkele gezinnen wonen er al net zolang als Gien of zelfs al langer. “Vroeger was er wat minder contact onderling”, herinnert Gien zich, “Later werden veel huizen verbouwd en verkocht en in de jaren tachtig ontstond er een buurtvereniging. De bewoners vonden het leuk om samen dingen te ondernemen. We begonnen met een straatfeest. Daarvoor moesten we een tent huren en dat kostte natuurlijk geld. Van de opbrengst van een rommelmarkt hebben we uiteindelijk een tent gekocht. Vanaf 1984 betaalden de leden van de buurtvereniging contributie en het straatfeest groeide uit van een één dag durend feest tot een feest van drie dagen. Op vrijdag werd de tent gezamenlijk opgezet. Zaterdag begonnen we samen met een ontbijt, verder was er een programma voor de kinderen met poppenkast en een goochelaar en voor de volwassenen een diner en een bal met optredens. Op zondag werd de tent weer afgebroken en de restjes opgemaakt. Heel gezellig”, denkt Gien lachend terug. Ook een emotionele herinnering blijkt, als er even een korte stilte valt.
Na verloop van tijd brachten de rommelmarkten, de verhuur van de tent en het buurtfeest ook nog wat geld in het laatje. “We besloten om samen de kapel hier aan de Wingerdweg te onderhouden. Dat begon met een fikse opruiming, want het groen overwoekerde de kapel, kortom, het zag er niet meer uit. We staken samen de handen uit de mouwen. Met medewerking van de harmonie werd de kapel opnieuw in gebruik genomen.”
Maar daar bleef het niet bij. Gien Visser: “Hier even verderop ligt een veldje, dat destijds als uitlaatplek voor honden werd gebruikt. We kregen het plan om daar een jeu de boules-veld van te maken. Op dat moment zagen we een advertentie in de krant. De provincie riep mensen, die iets voor hun buurt wilde doen, op te reageren. De oproep had als titel, ‘een kern met pit’. In onze ogen was dat natuurlijk Terschuren. Een van de bewoners van onze straat schreef een brief en we wonnen een prijs, 1500 gulden, voor ons de hoofdprijs! We maakten een baan en ook die opende we feestelijk met muziek en het doorknippen van een lint.”

Door omstandigheden werd het even wat rustiger in het straatje. De animo om samen te feesten, te jeu-de-boules en de kapel te verzorgen nam wat af. “Maar een aantal jaren geleden ontdekten we dat het saamhorigheidsgevoel in die oude kern nog altijd aanwezig was. We knapten de jeu-de-boules-baan op en namen ook de zorg voor de kapel weer op ons. Inmiddels hebben we ook een nieuwe manier om geld bij elkaar te krijgen om dat alles te bekostigen: bridge drive, verschillende bewoners van Terschuren stellen een dag lang hun huis ter beschikking voor zo’n 40 bridgers. Van de opbrengst onderhouden we de baan en kapel. Ach, ik kan nog uren vertellen”, lacht Gien, “we maakten gewoon overal een feestje van!”
Met veel genoegen kijkt Gien Visser terug op haar leven in het kleine straatje tussen Hoensbroek en Nuth. Ze was 40 jaar toen ze er kwam wonen. “Nu ben ik 85 jaar. Een jubileum toch? Dat moeten we dan maar vieren!”

Uit: Heerlen Vertelt, verhalen van de stad uitgegeven door Heerlen Vertelt in 2015



Reacties zijn gesloten.