‘Coupe Poedel’ en meer onvoorspelbare kapsels

De droogkappen staan er nog opgesteld, als rijen soldaten tijdens het appèl. Wasbakken, stoelen, spiegels, de bezems in de hoek alsof er nog afgeknipt haar bij elkaar moet worden geveegd. Je verwacht dat er ieder moment klanten door de deur naar binnenkomen, zich al lezend in een tijdschrift nestelen in de wachthoek om door de aankomende kapster voorzien te worden van koffie of thee. Maar de ruimte blijft donker en leeg. Waar ooit jonge vrouwen en mannen werden opgeleid tot kapper, herinnert nu alleen nog de in allerijl verlaten, maar nog geheel ingerichte ruimte aan het Kappers Opleidings Instituut.

Over het pand zelf, de Geleenstraat 32 in Heerlen is weinig te vinden in de archieven. Wel zijn er foto’s van een hotel ongeveer op die plek, Hotel de la Poste. Na lang zoeken, blijkt het om een ander huisnummer te gaan. In het ‘Limburgsch Dagblad’ van zaterdag 25 februari 1950 stond namelijk deze oproep: ‘Tweede MEISJE gevr., loon en verval. Hotel de la Poste, Geleenstraat 30, Heerlen’. Henriette van de Laak is nog in het bezit van een telefoonboekje uit 1950. Daarin staat het bovengenoemde adres van Hotel de la Poste vermeld. De eigenaar van het hotel was A.J. Peters.

Wanneer de kappersschool in het pand is getrokken, is niet bekend. Wel is duidelijk, dat jarenlang vele jongens en meisjes er het kappersvak leerden en menig dame of heer er het haar heeft laten kappen. Nu de etage boven de oude kappersschool gebruikt wordt als kantoor en atelier en bezoekers de weg naar boven vinden, komen er mondjesmaat verhalen los. Zoals die loodgieter die weet te vertellen dat zijn dochter er de opleiding heeft gevolgd. “Ik ben hier regelmatig geweest. Maar opeens was de zaak gesloten.” Of die monteur die zich bij binnenkomst meteen herinnert dat hij zijn moeder hier regelmatig afzette. “En dan was het altijd heel spannend of ik haar nog herkende als ik haar weer ophaalde. Ze waren hier nogal van de krullen en kleuren.”

Die ervaring heeft ook Els Otten (63). Als tiener bezocht ze de kappersschool al. “Ik was een jaar of zestien, had wel al verkering met mijn man. Door een vriendin kwam ik in de kappersschool terecht. Je betaalde drie gulden om je haar te laten doen.” De school was volgens Els Otten eigenlijk een soort woonkamer. “Tafeltjes, spiegels, stoelen, leuke meisjes die je knipten of verfden. Natuurlijk liep de baas er ook rond. Hij hield alles in de gaten. ‘Els wat wil je met je haar’ werd er dan gevraagd en zodra ik een kapsel of kleur had uitgezocht ging het meisje aan de slag. Was het niet naar mijn zin, werd het kapsel meteen gecorrigeerd.” Ook herinnert Els zich het moment nog goed dat ze als model met één van de meisjes van de opleiding meeging op examen. “Ze draaide me de haren nogal strak in. De tranen sprongen in mijn ogen. Zo onopvallend mogelijk zei ik dat tegen het meisje, waarna zij de krulspelden iets losser deed, maar dat had de examencommissie meteen in de gaten.”
Zo’n drie jaar bezocht Els als klant de kappersopleiding. “Mijn kapsels werden steeds korter en ik heb alle kleuren gehad; kersenrood, blond, zwart, bruin, grijs en super wit. Alle producten werden natuurlijk op onze haren uitgeprobeerd en toentertijd waren die nog niet zo veilig zoals nu. Uiteindelijk kreeg ik werk, later een gezin en ben ik niet meer gegaan. Maar het was een hele leuke tijd daar in de Geleenstraat, ik heb er van genoten.”

André Blanksma volgde er zijn opleiding als kapper. “In die tijd was de heer Wim van Turnhout er directeur. Zijn vrouw assisteerde hem in bijna alles. Verder waren er twee leraressen en een leraar. Van één lerares weet ik de naam nog, mevrouw Hermans. Van die andere lerares weet ik de naam niet meer, maar ze hadden beiden voor die tijd erg rood haar. Je kon op de kappersopleiding in een jaar de bediende opleiding doen en in twee jaar vakbekwaamheid. In die tijd werkten we met het merk Indola. Ik ben daar op school gekomen omdat volgens mijn moeder niemand anders mij fatsoenlijk het vak zou kunnen leren. Mijn moeder leerde zelf het vak samen met van Turnhout op de kappersschool van Koreman. Jammer dat ik door omstandigheden te vroeg van school ben gegaan. Uiteindelijk heb ik wel mijn diploma gehaald, mede dankzij de goed basis van wat ik hier geleerd had. In de jaren zestig en zeventig maakte mijn moeder zelf ook veelvuldig gebruik van de diensten van deze school. Als ze aankondigde dat ze er heen zou gaan was het aan het eind van die dag altijd weer spannend wat er voor bijzonders te zien was. En ik kan wel zeggen, het was nooit iets saais! Weliswaar goedkoop en ultramodern varieerden de kapsels van coupe poedel (krul in krul en pikzwart geverfd) tot extreme ‘mekkie’, oftewel bijna kaalgeschoren. Op een gegeven moment verbood mijn vader haar om het instituut nog langer te bezoeken. Vanaf dat moment was het leven voor ons een stuk voorspelbaarder.”



Reacties zijn gesloten.