‘Een kruk is soms gewoon een kruk’

Foto: Jeff Jaspar

Foto: Jeff Jaspar

Toen hij acht was, ging hij op muziekles. Maar daar stak hij niets van op. Op de Vrije School leerde hij de blokfluit te bespelen. Hoe toepasselijk dat in 2012 zijn eerste gedichtenbundel uitkomt met de titel: Ja, blokfluit. Een interview met schrijver en dichter Merlijn Huntjens, hoe het kan gaan in het leven en dan vooral met zijn gedichten.

Bonus track: De eenzame spin

En dit gaat over de druppel,
die aan de bladeren hangt waar
de spin woont die zijn leven opschrijft
langs de bast van de stam van de dunne eik,
en zegt dat hij toch gelooft in zijn dag, en zijn week,
in het leven van de triestige eenzame spin,
en met die gedachte in zijn kop,
en met een draadje aan zijn kont,
daalt hij af tussen het mos en steekt hij een kaarsje
op,
voor alle andere,
eenzame spinnen,
om hem heen.
(Uit: Ja, Blokfluit)

Huntjens werd in 1991 geboren in de Heerlense wijk Heksenberg en hij woont nog altijd in zijn ouderlijk huis. Na wat omzwervingen kwam de jonge Merlijn op de Vrije School terecht, eerst in Heerlen vanaf groep vijf en later de middelbare school in Maastricht. “Veel van mijn vrienden bespeelden een muziekinstrument, ik speelde een beetje blokfluit. Ze konden ook allemaal heel goed tekenen. Ik had altijd een vijf. Maar ik schreef, stiekem, niemand wist er van. En ik was geïnteresseerd in toneelspelen.”

Allereerst schreef hij alle dingen uit de puberteit van zich af. “In van die Paperblanks-boekjes spuugde ik alles uit wat er op mij, als puber, af kwam. Na een tijdje begonnen mijn schrijfsels op te vallen.” Met de korte tekst bij een kunstwerk trok Huntjens de aandacht van een docent. “Ik schreef Altijd Op Tijd, Altijd. Later heb ik hier nog een gedicht van geschreven. De leraren vonden het mooi en ik mocht het voordragen op de culturele avond.”

Omdat hij al langer het idee had om leraar te worden, ging Huntjens na de Vrije School naar de PABO. “Ik heb het er anderhalf jaar volgehouden, toen was dat idee over. Men vond mij te excentriek. Ik ging toegepaste psychologie studeren in Eindhoven en daar voel ik me op mijn plek. Ik kan denken en doen wat ik wil en dat heeft een positieve invloed op mijn schrijfsels.”

Ook zijn stukjes in het verenigingsblad van de Taekwondoclub vielen op en de moeder van de trainster adviseerde Huntjens om eens mee te gaan naar het Heerlens Schrijverscafé, de plek waar schrijvers en dichters uit Parkstad elkaars werk willen delen. “We luisteren naar elkaars meningen en uitleg en tijdens de bijeenkomsten worden de nodige tips gedeeld om zo het amateur schrijverschap te stimuleren. Soms leidt dat tot discussies, soms verlopen de bijeenkomsten heel rustig. De deelnemers aan het Schrijverscafé helpen elkaar hogerop te brengen en out of the box te denken. Ik vind het vooral heel mooi om te zien hoe persoonlijk gedichten zijn. Soms ontleden mensen gedichten te veel, of ze kijken te ver of te diep. Een kruk is soms gewoon een kruk.”

Huntjens beschikt over een heel nuchtere kijk als het om zijn eigen gedichten gaat. “Het is allemaal heel relatief, geschreven woorden op papier, de lading is er voor mij al uit terwijl ik achter de computer zit. Sommige mensen willen de gedachte achter mijn gedichten weten. Dat wat je leest en dat wat je er het eerst ziet staan, dat is het. Als ik wilde dat mensen het meteen begrepen, had ik wel een betoog geschreven. Hoewel ik de reacties van toehoorders en lezers waardevol vind, dicht ik niet, zodat mensen er iets van kunnen vinden. Maar ik wil wel iets overbrengen. Mensen reageren soms enthousiast, ontroerd zelfs, anderen negeren me. Alle reacties zijn waardevol.”

Track #1: Vogels die willen

vier woorden fluisteren
“I like you best”
echt het allerbeste

jullie lijken veel op vogels
maar dan in elk nestje een ei
jullie lijken echt op vogels

de rest is zeker niet allerbest
de rest fladdert van nest naar
verderop naar de volgende

ze lijken zo veel op die beesten
zo veel op die fladdervrienden
op rode vogels die billen willen

dat is wat ze willen en ik fluister
“I like you best”
echt het allerbeste

en zeker niet zoals de rest
(Uit: Ja, Blokfluit)

Afgelopen maart kwam zijn nieuwe bundel Ja, Blokfluit uit, een bundel die Huntjens presenteerde in Cultuurhuis Heerlen. “Ik las alle gedichten voor en werd begeleid door Maartje Dekker op de piano. De gedichten had ik geprint en na het voorlezen deed ik het blad in een envelop en gaf ‘m aan iemand in het publiek. Ik heb mijn feestje al, als ik achter de computer zit en mijn gedichten schrijf. Maar het is natuurlijk wel de bedoeling dat anderen mijn werk lezen. Hoe dat schrijfproces in zijn werk gaat? Ik schrijf een gedicht en dat is het. Soms schrijf ik een half jaar niets en dan weer twee tot drie gedichten per dag. Niets schrijven is ook schrijven, want je spaart ideeën op en op een bepaald moment komt het er uit. Het is als een soort jeuk, als een soort van niesbui. Schaven en schrappen doe ik niet. Zoals het er staat zo is het goed. Voelt het niet goed, dat verdwijnt het gedicht in zijn geheel in de prullenbak. Bijbedoelingen heb ik niet. Het is de bedoeling dat ik zonder bedoeling schrijf. Vaak zie ik zelf de boodschap ook pas als ik het gedicht lees. Soms schrik ik zelfs van mijn eigen woorden en dan laat ik het gedicht voor wat het is, want daar heeft niemand iets aan.”

In augustus sloot Merlijn Huntjens samen met andere kunstenaars de tentoonstelling Couleur Radicaal af. Een presentatie in beeld, muziek of woord van maximaal tien minuten over wat deze regio hen biedt. “Dat presenteren is nog wel een punt, als ik iets geforceerd goed moet doen, heb ik moeite me vrij te bewegen. Maar ik sta voor heel veel dingen open, ik wil heel veel dingen doen, zelfs formeel presenteren. Tijdens die afsluiting ging dat onder begeleiding van een trombone, heel apart en heel mooi.”

Ook tijdens de Heerlense Herfst in Cultuurhuis Heerlen in oktober staat de jonge dichter op het podium. “Die voorbereiding is nu in volle gang. Heerlen is voor mij toch wel een speciale plek, ik ben er geboren en opgegroeid. Hoewel ik niet precies weet wat er allemaal in Heerlen gebeurt, vind ik het culturele leven hier in de stad heel mooi. Ik ben blij met het Glaspaleis, blij met Cultura Nova, het Cultuurhuis. Als mensen zeggen, ‘ik ga naar de stad’, bedoelen ze vaak, ‘ik ga winkelen’. Dat zou meer in balans mogen zijn, vind ik. Dat naast het shoppen ook het vrijer denken een treetje hoger zou komen te staan.”

Zijn toekomst stippelt de dichter niet te veel uit. “Ik wil me niet doodstaren op uitgevers als bijvoorbeeld de Bezige Bij. Misschien zou het beter zijn om bepaalde routes uit te stippelen, vooruit te plannen, maar het liefst vermijd ik conflicten, dus laat ik de dingen liever gebeuren zoals ze gebeuren. Frank Zappa zei ooit ‘het is niet belangrijk om bekend te zijn’. Daar ben ik het mee eens. Aan de andere kant is het wel heerlijk, dat applaus. De drang om veel bundels uit te geven en om veel voor te dragen zit er ook bij mij wel in, hoor. Waardering is lekker, maar kritiek is ook belangrijk. En dan heb ik het over opbouwende kritiek. Tijdens de Dag van de Dialoog hoorden we mooie woorden, heel ontroerend soms. Een van de opmerkingen achteraf was, ‘wat hebben we hier aan, wat schieten we er mee op’. Heel erg jammer, want hoewel de dag niets met kunst of poëzie had te maken, maar met praten met elkaar, heb ik er voor mezelf wel een les uit geleerd en een vertaling gemaakt naar de poëzie. Het is er, woorden zijn er, gedichten bestaan, laat het dan ook gewoon bestaan. Maak er niet te veel van, maar zie het gebeuren. Het is alsof je een bel blaast en die knapt voordat het applaus klinkt en dat is het.”

Tekst: Sandra Israel / Foto’s: Jeff Jaspar



Reacties zijn gesloten.